Stories from the road, pt. 1

Stories from the road, pt. 1

De blutsen van Mo in Hongarije

We ontmoetten Mo in het Maximiliaanpark in augustus 2015. Ergens tussen alle tentjes die net waren opgezet door burgers die de inertie van de Belgische overheid moe waren. Tijdens de opvangcrisis van 2015. Die volgde op de opvangcrisis van 2012 en die van 2009. Opvangcrisissen die telkens ontstonden omdat overheden niet vooruitkeken, ingedommeld waren of hun kompas op afbouw van opvang was afgestemd. Hoeveel politici en directeurs-generaal we daarrond al hadden gewaarschuwd. Het bleven allemaal dovemansgesprekken, pas als een en ander door de media werd opgepikt schoot men uit de trage startblokken. Vaak veel te laat.

Mo was één van de slachtoffers van dat non-beleid. Hij kwam uit Irak, vertelde hij me, was ‘problably 15 or 16 years old, but didn’t have a birthcertifcate,’ en had een mobieltje. Zijn tentje deelde hij met ‘one uncle and two friends.’ Hij wilde absoluut naar Engeland. Zoals zoveel jongens wist hij nauwelijks wat asiel aanvragen betekende en was hem uitgelegd dat het in Engeland eenvoudig geld verdienen was. De Iraakse tolk die met me meeliep, was de eerste in weken die hem uitlegde dat kinderen volgens de Belgische wet sowieso opgevangen werden, een bed kregen, even konden douchen en op verhaal konden komen. En dat hij zijn verhaal moest doen, dat omwille van de moord op zijn vader in Sadr City (Bagdad) erg belangrijk leek. Mo hoorde het allemaal aan met een kleine tristesse in de ogen. Hij geloofde ons niet. ‘Waarom niet?’ liet ik vragen. ‘Ik ben al overal geweest. Eerst langs de grens met Turkije, dan met het bootje overgestoken in Griekenland, dan overgestoken door de bossen en de bergen. Opgejaagd door de honden van de politie in Macedonië. In de kleine dorpjes in Macedonië betaalden we dan 3000 euro om door te reizen naar de grens.’ Aan de grens was hij onder handen genomen door de Rendorseg, de Hongaarse politie. Zij hadden hem vier dagen vastgezet, achter slot en grendel, al zijn papieren in beslag genomen en twee van zijn vingers flink toegetakeld. Het waren de zoveelste verhalen over geweld door de Balkan. ‘Heb je daarvoor bewijzen?’ vroeg de tolk. En hij trok zijn T-shirt naar boven. Blauwe plekken werden zichtbaar. Even slikken. Mo was ook gaan lopen uit de instelling. Nu ja, lopen; eerder ‘op weg gezet’. ‘Er was daar niets, alleen jongens op een hoopje.’ Toen trok Mo zich terug in zijn tentje.

De volgende uren probeerden we allerlei instanties te bereiken om voor Mo een opvangplek te vinden. Maar overal bleef de telefoon op de haak. De volgende morgen was Mo weg. Alleen zijn tent stond er nog. We hebben Mo nooit teruggevonden.

Mo is geen fictief persoon en we hebben vandaag nog steeds de foto’s in ons bezit. Mo was een inspiratiebron voor de Road of Change omdat we jongeren willen laten kennismaken met de grenzen van Europa. Fysieke grenzen en morele grenzen. Echte grenzen en grenzen in verval.

Reageren is niet mogelijk.